Senad Alic

Beeldend kunstenaar, sinds 2000 betrokken bij de Vrolijkheid

 

''Toen ik als vluchteling naar Nederland kwam, werd ik opgevangen in een AZC. Na twee maanden werd mij gevraagd of ik beeldende workshops voor kinderen wilde organiseren. Al snel merkte ik dat kinderen de grootste kunstenaars zijn, met hun vrije en losse krabbelkunst, alleen moet je ze de mogelijkheden en middelen geven om dit te ontdekken. Dat is wat Stichting de Vrolijkheid doet. De meeste kinderen waar ik mee werk, wonen al meer dan 5 jaar in AZC’s. Ze groeien daar op en soms weten ze niet eens wat hun land van herkomst is. Anderen willen geen vriendjes meer, omdat ze elke keer dat ze verhuizen hun vriendjes weer verliezen. Ze vergeten dat ze kinderen zijn en dat hun ‘eigen wereld’ veel mooier is. De creatieve activiteiten van de Vrolijkheid herinneren kinderen eraan dat hun wereld veel eenvoudiger, fantasierijker en mooier is dan de wereld waar ze in wonen.

 

In de jaren dat ik werk voor Vrolijkheid, heb ik veel AZC’s zien sluiten. Nahom, een jongetje uit Somalië, was 4 jaar toen ik hem voor de eerste keer heb leren kennen. Altijd lachend maar zonder voortanden en enthousiast over onze activiteiten. Het ene centrum na het andere ging dicht en hij moest steeds verhuizen. En ik ging achter hem aan om afscheidprojecten te organiseren in die centra. Hij was altijd blij met mijn komst en stelde mij voor aan andere kinderen met de volgende woorden: ‘Dat is de beste tekenaar op de wereld en wij zijn de grootste vrienden’.

 

Hij verhuisde weer een keer. Na verloop van tijd kwam ik daar een project doen en toen kwam een jongetje – breed lachend, met prachtige witte tanden – naar me toe. Nahom is groot geworden. Hij heeft jaren in verschillende centra gewoond, maar hij is het niet vergeten om een kind te zijn en om te lachen. Dat is wat de Vrolijkheid stimuleert. Hij is nu weer verdwenen uit het AZC, maar deze keer naar een echt huis, met een verblijfsvergunning. Ik loop nog steeds door de AZC’s en dan zie ik kinderen die lachen zonder tanden. Nog altijd denk ik dan terug aan mijn grote vriend Nahom.'